Trillend
uncommonZipf 2.7
werkwoord; adjectief
trillen
Werkwoord/'trɪlən; 'trɪlə/infinitief
trillentegenwoordige tijd
triltrilttrillenverleden tijd
trildetrildentegenwoordig deelwoord
trillendtrillendetrillend
Bijvoeglijk naamwoord/'trɪlənt/stellende trap
trillendtrillendetrillends
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.