NEDERLANDS
🇳🇱

    Trillend

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord; adjectief

    • trillen

      Werkwoord/'trɪlən; 'trɪlə/

      infinitief

      trillen

      tegenwoordige tijd

      triltrilttrillen

      verleden tijd

      trildetrilden

      tegenwoordig deelwoord

      trillendtrillende
    • trillend

      Bijvoeglijk naamwoord/'trɪlənt/

      stellende trap

      trillendtrillendetrillends

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.