NEDERLANDS
🇳🇱

    Triviant

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het triviant

      Zelfstandig naamwoord/trivi'jɑnt/

      enkelvoud

      triviant
    • trivianten

      Werkwoord/trivi'jɑntən; trivi'jɑntə/

      infinitief

      trivianten

      tegenwoordige tijd

      trivianttrivianten

      verleden tijd

      trivianttetriviantten

      tegenwoordig deelwoord

      triviantendtriviantende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren