NEDERLANDS
🇳🇱

    Troggel

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • troggelen

      Werkwoord/'trɔɣələn; 'trɔɣələ/

      infinitief

      troggelen

      tegenwoordige tijd

      troggeltroggelttroggelen

      verleden tijd

      troggeldetroggelden

      tegenwoordig deelwoord

      troggelendtroggelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren