Troostend
uncommonZipf 2.4
werkwoord; adjectief
troosten
Werkwoord/'trostən; 'trostə/infinitief
troostentegenwoordige tijd
troosttroostenverleden tijd
troosttetroosttentegenwoordig deelwoord
troostendtroostendetroostend
Bijvoeglijk naamwoord/'trostənt/stellende trap
troostendtroostendetroostendsvergrotende trap
troostendertroostenderetroostendersovertreffende trap
troostendsttroostendste
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.