NEDERLANDS
🇳🇱

    Trot

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • trotten

      Werkwoord/'trɔtən; 'trɔtə/

      infinitief

      trotten

      tegenwoordige tijd

      trottrotten

      verleden tijd

      trottetrotten

      tegenwoordig deelwoord

      trottendtrottende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren