Tukken
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de tuk
Zelfstandig naamwoord/'tʏk/enkelvoud
tuktukjemeervoud
tukkentukjestukken
Werkwoord/'tʏkən; 'tʏkə/infinitief
tukkentegenwoordige tijd
tuktukttukkenverleden tijd
tuktetuktentegenwoordig deelwoord
tukkendtukkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.