NEDERLANDS
🇳🇱

    Tweedaagse

    uncommonZipf 2.1

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • tweedaags

      Bijvoeglijk naamwoord/'twedaxs; twe'daxs/

      stellende trap

      tweedaagstweedaagse
    • de tweedaagse

      Zelfstandig naamwoord/twe'daxsə/

      enkelvoud

      tweedaagse

      meervoud

      tweedaagsentweedaagses

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren