NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitbaat

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • uitbaten

      Werkwoord/'œydbatən; 'œydbatə/

      infinitief

      uitbaten

      tegenwoordige tijd

      baat uituitbaatbaten uituitbaten

      verleden tijd

      baatte uituitbaattebaatten uituitbaatten

      tegenwoordig deelwoord

      uitbatenduitbatende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren