NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitbouw

    B1uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de uitbouw

      Zelfstandig naamwoord/'œydbɔu/

      enkelvoud

      uitbouwuitbouwtje

      meervoud

      uitbouwenuitbouwtjes
    • uitbouwen

      Werkwoord/'œydbɔuwən; 'œydbɔuwə/

      infinitief

      uitbouwen

      tegenwoordige tijd

      bouw uituitbouwbouwt uituitbouwtbouwen uituitbouwen

      verleden tijd

      bouwde uituitbouwdebouwden uituitbouwden

      tegenwoordig deelwoord

      uitbouwenduitbouwende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.