NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitdeuken

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • uitdeuken

      Werkwoord/'œydøkən; 'œydøkə/

      infinitief

      uitdeuken

      tegenwoordige tijd

      deuk uituitdeukdeukt uituitdeuktdeuken uituitdeuken

      verleden tijd

      deukte uituitdeuktedeukten uituitdeukten

      tegenwoordig deelwoord

      uitdeukenduitdeukende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren