NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitdijen

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • uitdijen

      Werkwoord/'œydɛɪjən; 'œydɛɪjə/

      infinitief

      uitdijen

      tegenwoordige tijd

      dij uituitdijdijt uituitdijtdijen uituitdijen

      verleden tijd

      dijde uituitdijdedijden uituitdijden

      tegenwoordig deelwoord

      uitdijenduitdijende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren