NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitgebalanceerd

    uncommonZipf 2.3

    adjectief; werkwoord

    • uitgebalanceerd

      Bijvoeglijk naamwoord/'œytxəbalɑnsert/

      stellende trap

      uitgebalanceerduitgebalanceerdeuitgebalanceerds

      vergrotende trap

      uitgebalanceerderuitgebalanceerdereuitgebalanceerders

      overtreffende trap

      uitgebalanceerdstuitgebalanceerdste
    • uitbalanceren

      Werkwoord/'œydbalɑnserən; 'œydbalɑnserə/

      infinitief

      uitbalanceren

      tegenwoordige tijd

      balanceer uituitbalanceerbalanceert uituitbalanceertbalanceren uituitbalanceren

      verleden tijd

      balanceerde uituitbalanceerdebalanceerden uituitbalanceerden

      tegenwoordig deelwoord

      uitbalancerenduitbalancerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren