NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitgehoord

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • uithoren

      Werkwoord/'œythorən; 'œythorə/

      infinitief

      uithoren

      tegenwoordige tijd

      hoor uituithoorhoort uituithoorthoren uituithoren

      verleden tijd

      hoorde uituithoordehoorden uituithoorden

      tegenwoordig deelwoord

      uithorenduithorende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren