NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitgekakt

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • uitkakken

      Werkwoord/'œytkɑkən; 'œytkɑkə/

      infinitief

      uitkakken

      tegenwoordige tijd

      kak uituitkakkakt uituitkaktkakken uituitkakken

      verleden tijd

      kakte uituitkaktekakten uituitkakten

      tegenwoordig deelwoord

      uitkakkenduitkakkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren