NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitgeklapt

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • uitklappen

      Werkwoord/'œytklɑpən; 'œytklɑpə/

      infinitief

      uitklappen

      tegenwoordige tijd

      klap uituitklapklapt uituitklaptklappen uituitklappen

      verleden tijd

      klapte uituitklapteklapten uituitklapten

      tegenwoordig deelwoord

      uitklappenduitklappende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren