Uitgerekend
commonZipf 3.6
adjectief; werkwoord
uitgerekend
Bijvoeglijk naamwoord/'œytxərekənt/stellende trap
uitgerekenduitgerekendeuitgerekendsuitrekenen
Werkwoord/'œytrekənən; 'œytrekənə/infinitief
uitrekenentegenwoordige tijd
reken uituitrekenrekent uituitrekentrekenen uituitrekenenverleden tijd
rekende uituitrekenderekenden uituitrekendentegenwoordig deelwoord
uitrekenenduitrekenende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.