NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitgerekend

    commonZipf 3.6

    adjectief; werkwoord

    • uitgerekend

      Bijvoeglijk naamwoord/'œytxərekənt/

      stellende trap

      uitgerekenduitgerekendeuitgerekends
    • uitrekenen

      Werkwoord/'œytrekənən; 'œytrekənə/

      infinitief

      uitrekenen

      tegenwoordige tijd

      reken uituitrekenrekent uituitrekentrekenen uituitrekenen

      verleden tijd

      rekende uituitrekenderekenden uituitrekenden

      tegenwoordig deelwoord

      uitrekenenduitrekenende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren