NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitgesleept

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • uitslepen

      Werkwoord/'œytslepən; 'œytslepə/

      infinitief

      uitslepen

      tegenwoordige tijd

      sleep uituitsleepsleept uituitsleeptslepen uituitslepen

      verleden tijd

      sleepte uituitsleeptesleepten uituitsleepten

      tegenwoordig deelwoord

      uitslependuitslepende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren