NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitgespreid

    uncommonZipf 2.5

    adjectief; werkwoord

    • uitgespreid

      Bijvoeglijk naamwoord/'œytxəsprɛɪt/

      stellende trap

      uitgespreiduitgespreideuitgespreids
    • uitspreiden

      Werkwoord/'œytsprɛɪdən; 'œytsprɛɪdə/

      infinitief

      uitspreiden

      tegenwoordige tijd

      spreid uituitspreidspreidt uituitspreidtspreiden uituitspreiden

      verleden tijd

      spreidde uituitspreiddespreidden uituitspreidden

      tegenwoordig deelwoord

      uitspreidenduitspreidende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren