NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitgezet

    commonZipf 3.8

    werkwoord; adjectief

    • uitzetten

      Werkwoord/'œytsɛtən; 'œytsɛtə/

      infinitief

      uitzetten

      tegenwoordige tijd

      zet uituitzetzetten uituitzetten

      verleden tijd

      zette uituitzettezetten uituitzetten

      tegenwoordig deelwoord

      uitzettenduitzettende
    • uitgezet

      Bijvoeglijk naamwoord/'œytxəzɛt/

      stellende trap

      uitgezetuitgezetteuitgezets

      vergrotende trap

      uitgezetteruitgezettereuitgezetters

      overtreffende trap

      uitgezetstuitgezetste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren