NEDERLANDS
🇳🇱

    Uithakken

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • uithakken

      Werkwoord/'œythɑkən; 'œythɑkə/

      infinitief

      uithakken

      tegenwoordige tijd

      hak uituithakhakt uituithakthakken uituithakken

      verleden tijd

      hakte uituithaktehakten uituithakten

      tegenwoordig deelwoord

      uithakkenduithakkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren