Uithakken
uncommonZipf 2.2
werkwoord
uithakken
Werkwoord/'œythɑkən; 'œythɑkə/infinitief
uithakkentegenwoordige tijd
hak uituithakhakt uituithakthakken uituithakkenverleden tijd
hakte uituithaktehakten uituithaktentegenwoordig deelwoord
uithakkenduithakkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.