Uitkeken
uitkijken
Werkwoordgoed opletten
- goed opletten om gevaar of problemen te voorkomenJe moet uitkijken als je fietst in het verkeer.
- verlangen naar iets of iemand in de toekomstIk kijk uit naar het weekend.
- uit een raam of vanaf een hoog punt naar buiten kijkenIk kijk uit het raam naar de regen.
deuitkijk
Zelfstandig naamwoordplek met uitzicht
- hoge plaats waarvandaan je ver kunt zienDe uitkijk op de heuvel is perfect om de zonsondergang te zien.
- persoon die de omgeving in de gaten houdt voor gevaarDe uitkijk houdt de straat in de gaten.