NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitklokken

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • uitklokken

      Werkwoord/'œytklɔkən; 'œytklɔkə/

      infinitief

      uitklokken

      tegenwoordige tijd

      klok uituitklokklokt uituitkloktklokken uituitklokken

      verleden tijd

      klokte uituitklokteklokten uituitklokten

      tegenwoordig deelwoord

      uitklokkenduitklokkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren