NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitlopende

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord; adjectief

    • uitlopen

      Werkwoord/'œytlopən; 'œytlopə/

      infinitief

      uitlopen

      tegenwoordige tijd

      loop uituitlooploopt uituitlooptlopen uituitlopen

      verleden tijd

      liep uituitliepliepen uituitliepen

      tegenwoordig deelwoord

      uitlopenduitlopende
    • uitlopend

      Bijvoeglijk naamwoord/'œytlopənt/

      stellende trap

      uitlopenduitlopendeuitlopends

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren