NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitprikken

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • uitprikken

      Werkwoord/'œytprɪkən; 'œytprɪkə/

      infinitief

      uitprikken

      tegenwoordige tijd

      prik uituitprikprikt uituitpriktprikken uituitprikken

      verleden tijd

      prikte uituitprikteprikten uituitprikten

      tegenwoordig deelwoord

      uitprikkenduitprikkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren