NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitpuilende

    uncommonZipf 2.8

    adjectief; werkwoord

    • uitpuilend

      Bijvoeglijk naamwoord/'œytpœylənt/

      stellende trap

      uitpuilenduitpuilendeuitpuilends
    • uitpuilen

      Werkwoord/'œytpœylən; 'œytpœylə/

      infinitief

      uitpuilen

      tegenwoordige tijd

      puil uituitpuilpuilt uituitpuiltpuilen uituitpuilen

      verleden tijd

      puilde uituitpuildepuilden uituitpuilden

      tegenwoordig deelwoord

      uitpuilenduitpuilende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.