Uitpuilende
uncommonZipf 2.8
adjectief; werkwoord
uitpuilend
Bijvoeglijk naamwoord/'œytpœylənt/stellende trap
uitpuilenduitpuilendeuitpuilendsuitpuilen
Werkwoord/'œytpœylən; 'œytpœylə/infinitief
uitpuilentegenwoordige tijd
puil uituitpuilpuilt uituitpuiltpuilen uituitpuilenverleden tijd
puilde uituitpuildepuilden uituitpuildentegenwoordig deelwoord
uitpuilenduitpuilende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.