NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitrafelen

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • uitrafelen

      Werkwoord/'œytrafələn; 'œytrafələ/

      infinitief

      uitrafelen

      tegenwoordige tijd

      rafel uituitrafelrafelt uituitrafeltrafelen uituitrafelen

      verleden tijd

      rafelde uituitrafelderafelden uituitrafelden

      tegenwoordig deelwoord

      uitrafelenduitrafelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren