NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitrennen

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • uitrennen

      Werkwoord/'œytrɛnən; 'œytrɛnə/

      infinitief

      uitrennen

      tegenwoordige tijd

      ren uituitrenrent uituitrentrennen uituitrennen

      verleden tijd

      rende uituitrenderenden uituitrenden

      tegenwoordig deelwoord

      uitrennenduitrennende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren