NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitrit

    uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • de uitrit

      Zelfstandig naamwoord/'œytrɪt/

      enkelvoud

      uitrituitritje

      meervoud

      uitrittenuitritjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren