Uitslaande
uncommonZipf 2.1
adjectief; werkwoord
uitslaand
Bijvoeglijk naamwoord/'œytslant/stellende trap
uitslaanduitslaandeuitslaan
Werkwoord/'œytslan/infinitief
uitslaantegenwoordige tijd
sla uituitslaslaat uituitslaatslaan uituitslaanverleden tijd
sloeg uituitsloegsloegen uituitsloegentegenwoordig deelwoord
uitslaanduitslaande
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.