NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitspeelt

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • uitspelen

      Werkwoord/'œytspelən; 'œytspelə/

      infinitief

      uitspelen

      tegenwoordige tijd

      speel uituitspeelspeelt uituitspeeltspelen uituitspelen

      verleden tijd

      speelde uituitspeeldespeelden uituitspeelden

      tegenwoordig deelwoord

      uitspelenduitspelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren