NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitspookte

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • uitspoken

      Werkwoord/'œytspokən; 'œytspokə/

      infinitief

      uitspoken

      tegenwoordige tijd

      spook uituitspookspookt uituitspooktspoken uituitspoken

      verleden tijd

      spookte uituitspooktespookten uituitspookten

      tegenwoordig deelwoord

      uitspokenduitspokende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.