NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitspreiden

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • uitspreiden

      Werkwoord/'œytsprɛɪdən; 'œytsprɛɪdə/

      infinitief

      uitspreiden

      tegenwoordige tijd

      spreid uituitspreidspreidt uituitspreidtspreiden uituitspreiden

      verleden tijd

      spreidde uituitspreiddespreidden uituitspreidden

      tegenwoordig deelwoord

      uitspreidenduitspreidende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren