NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitspringen

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • uitspringen

      Werkwoord/'œytsprɪŋən; 'œytsprɪŋə/

      infinitief

      uitspringen

      tegenwoordige tijd

      spring uituitspringspringt uituitspringtspringen uituitspringen

      verleden tijd

      sprong uituitsprongsprongen uituitsprongen

      tegenwoordig deelwoord

      uitspringenduitspringende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren