NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitstoten

    uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de uitstoot

      Zelfstandig naamwoord/'œytstot/

      enkelvoud

      uitstootuitstootje

      meervoud

      uitstotenuitstootjes
    • uitstoten

      Werkwoord/'œytstotən; 'œytstotə/

      infinitief

      uitstoten

      tegenwoordige tijd

      stoot uituitstootstoten uituitstoten

      verleden tijd

      stootte uitstiet uituitstietuitstoottestootten uitstieten uituitstietenuitstootten

      tegenwoordig deelwoord

      uitstotenduitstotende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren