NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitstromen

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de uitstroom

      Zelfstandig naamwoord/'œytstrom/

      enkelvoud

      uitstroom

      meervoud

      uitstromen
    • uitstromen

      Werkwoord/'œytstromən; 'œytstromə/

      infinitief

      uitstromen

      tegenwoordige tijd

      stroom uituitstroomstroomt uituitstroomtstromen uituitstromen

      verleden tijd

      stroomde uituitstroomdestroomden uituitstroomden

      tegenwoordig deelwoord

      uitstromenduitstromende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren