NEDERLANDS
🇳🇱

    Uittrap

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de uittrap

      Zelfstandig naamwoord/'œytrɑp/

      enkelvoud

      uittrapuittrapje

      meervoud

      uittrappenuittrapjes
    • uittrappen

      Werkwoord/'œytrɑpən; 'œytrɑpə/

      infinitief

      uittrappen

      tegenwoordige tijd

      trap uituittraptrapt uituittrapttrappen uituittrappen

      verleden tijd

      trapte uituittraptetrapten uituittrapten

      tegenwoordig deelwoord

      uittrappenduittrappende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren