NEDERLANDS
🇳🇱

    Uittreden

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de uittrede

      Zelfstandig naamwoord/'œytredə/

      enkelvoud

      uittrede

      meervoud

      uittredenuittredes
    • uittreden

      Werkwoord/'œytredən; 'œytredə/

      infinitief

      uittreden

      tegenwoordige tijd

      treed uituittreedtreedt uituittreedttreden uituittreden

      verleden tijd

      trad uituittradtraden uituittraden

      tegenwoordig deelwoord

      uittredenduittredende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren