NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitweek

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; werkwoord

    • uitweken

      Werkwoord/'œytwekən; 'œytwekə/

      infinitief

      uitweken

      tegenwoordige tijd

      week uituitweekweekt uituitweektweken uituitweken

      verleden tijd

      weekte uituitweekteweekten uituitweekten

      tegenwoordig deelwoord

      uitwekenduitwekende
    • uitwijken

      Werkwoord/'œytwɛɪkən; 'œytwɛɪkə/

      infinitief

      uitwijken

      tegenwoordige tijd

      wijk uituitwijkwijkt uituitwijktwijken uituitwijken

      verleden tijd

      week uituitweekweken uituitweken

      tegenwoordig deelwoord

      uitwijkenduitwijkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren