Uitwegen
uncommonZipf 2.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de uitweg
Zelfstandig naamwoord/'œytwɛx/enkelvoud
uitweguitweggetjeuitwegjemeervoud
uitwegenuitweggetjesuitwegjesuitwegen
Werkwoord/'œytweɣən; 'œytweɣə/infinitief
uitwegentegenwoordige tijd
weeg uituitweegweegt uituitweegtwegen uituitwegenverleden tijd
woog uituitwoogwogen uituitwogentegenwoordig deelwoord
uitwegenduitwegende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.