NEDERLANDS
🇳🇱

    Uitwijden

    uncommonZipf 2.3

    wijder worden; wijder maken

    • uitwijden

      Werkwoord/'œytwɛɪdən; 'œytwɛɪdə/

      wijder worden; wijder maken

      /uitwijden-of-uitweiden

      infinitief

      uitwijden

      tegenwoordige tijd

      wijd uituitwijdwijdt uituitwijdtwijden uituitwijden

      verleden tijd

      wijdde uituitwijddewijdden uituitwijdden

      tegenwoordig deelwoord

      uitwijdenduitwijdende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren