NEDERLANDS
🇳🇱

    Vasthangen

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • vasthangen

      Werkwoord/'vɑsthɑŋən; 'vɑsthɑŋə/

      infinitief

      vasthangen

      tegenwoordige tijd

      hang vastvasthanghangt vastvasthangthangen vastvasthangen

      verleden tijd

      hing vastvasthinghingen vastvasthingen

      tegenwoordig deelwoord

      vasthangendvasthangende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren