NEDERLANDS
🇳🇱

    Vasthoudende

    uncommonZipf 2.1

    adjectief; werkwoord

    • vasthoudend

      Bijvoeglijk naamwoord/vɑst'hɔudənt/

      stellende trap

      vasthoudendvasthoudendevasthoudends

      vergrotende trap

      vasthoudendervasthoudenderevasthoudenders

      overtreffende trap

      vasthoudendstvasthoudendste
    • vasthouden

      Werkwoord/'vɑsthɔudən; 'vɑsthɔudə/

      In spreektaal en in informele schrijftaal komt ook de werkwoordsvorm zonder d voor.

      infinitief

      vasthouden

      tegenwoordige tijd

      houd vasthou vastvasthouvasthoudhoudt vastvasthoudthouden vastvasthouden

      verleden tijd

      hield vastvasthieldhielden vastvasthielden

      tegenwoordig deelwoord

      vasthoudendvasthoudende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren