Verbeten
uncommonZipf 2.4
adjectief; werkwoord
verbeten
Bijvoeglijk naamwoord/vər'betən; vər'betə/stellende trap
verbetenverbetensvergrotende trap
verbetenerverbetenersovertreffende trap
verbetenstverbetensteverbijten
Werkwoord/vər'bɛɪtən; vər'bɛɪtə/infinitief
verbijtentegenwoordige tijd
verbijtverbijtenverleden tijd
verbeetverbetentegenwoordig deelwoord
verbijtendverbijtende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.