NEDERLANDS
🇳🇱

    Verbeten

    uncommonZipf 2.4

    adjectief; werkwoord

    • verbeten

      Bijvoeglijk naamwoord/vər'betən; vər'betə/

      stellende trap

      verbetenverbetens

      vergrotende trap

      verbetenerverbeteners

      overtreffende trap

      verbetenstverbetenste
    • verbijten

      Werkwoord/vər'bɛɪtən; vər'bɛɪtə/

      infinitief

      verbijten

      tegenwoordige tijd

      verbijtverbijten

      verleden tijd

      verbeetverbeten

      tegenwoordig deelwoord

      verbijtendverbijtende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren