NEDERLANDS
🇳🇱

    Verblijd

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; adjectief; werkwoord

    • verblijden

      Werkwoord/vər'blɛɪdən; vər'blɛɪdə/

      infinitief

      verblijden

      tegenwoordige tijd

      verblijdverblijdtverblijden

      verleden tijd

      verblijddeverblijdden

      tegenwoordig deelwoord

      verblijdendverblijdende
    • verblijd

      Bijvoeglijk naamwoord/vər'blɛɪt/

      stellende trap

      verblijdverblijdeverblijds
    • verblijen

      Werkwoord/vər'blɛɪjən; vər'blɛɪjə/

      infinitief

      verblijen

      tegenwoordige tijd

      verblijverblijtverblijen

      verleden tijd

      verblijdeverblijden

      tegenwoordig deelwoord

      verblijendverblijende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren