NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Verloven
    Werkwoordbeloven te gaan trouwen
  • 22Verloofd
    Bijvoeglijk naamwoordbeloofd te gaan trouwen
  • 33Verloofde(de)
    Zelfstandig naamwoordtoekomstige huwelijkspartner

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Verloven
    Werkwoordbeloven te gaan trouwen
  • 22Verloofd
    Bijvoeglijk naamwoordbeloofd te gaan trouwen
  • 33Verloofde(de)
    Zelfstandig naamwoordtoekomstige huwelijkspartner
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Verloofde
WoordenboekVerloofde

Verloofde

  • verloven

    Werkwoord

    beloven te gaan trouwen

    1. Met iemand afspreken dat jullie gaan trouwen.Hij verloofde zich met zijn vriendin na drie jaar samen te zijn.
  • verloofd

    Bijvoeglijk naamwoord

    beloofd te gaan trouwen

    1. Met iemand afgesproken dat jullie gaan trouwen.Mijn zus is al twee jaar verloofd met haar vriend.
  • deverloofde

    Zelfstandig naamwoord

    toekomstige huwelijkspartner

    1. Persoon met wie je hebt afgesproken te gaan trouwen.Dit is mijn verloofde, we zijn vorige maand verloofd geraakt.

Blijf leren

Meer A2-woordenOefenen