NEDERLANDS
🇳🇱

    Verprutste

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • verprutsen

      Werkwoord/vər'prʏtsən; vər'prʏtsə/

      infinitief

      verprutsen

      tegenwoordige tijd

      verprutsverprutstverprutsen

      verleden tijd

      verprutsteverprutsten

      tegenwoordig deelwoord

      verprutsendverprutsende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.