NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Vertrekken
    Werkwoordweggaan of vertrekken
  • 22Vertrek(het)
    Zelfstandig naamwoordplaats van vertrek

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Vertrekken
    Werkwoordweggaan of vertrekken
  • 22Vertrek(het)
    Zelfstandig naamwoordplaats van vertrek
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Vertrekt
WoordenboekVertrekt

Vertrekt

  • vertrekken

    Werkwoord

    weggaan of vertrekken

    1. wegrijden, afreizen, ergens heen gaanIk ga afreizen naar Amsterdam dit weekend.
    2. een punt of een situatie achterlatenHij laat vaak problemen achter wanneer hij vertrekt.
    3. beginnen met een nieuwe fase of activiteitHij begint met zijn nieuwe project volgende maand.
    4. zich afzonderen van ietsIk ga me even afzonderen om na te denken.
  • hetvertrek

    Zelfstandig naamwoord

    plaats van vertrek

    1. het moment of de actie van weggaan of beginnenIk ga nu weg.
    2. ruimte of kamer in een huis, meestal een woonkamer of zitkamerDe ruimte is licht en luchtig.
    3. afdeling voor een specifieke activiteit in een organisatie, zoals ziekenhuis of schoolDe afdeling voor spoedeisende hulp is altijd open.

Verwante woorden

vertrekvertrekjevertrekjesvertrekkevertrekkenvertrekkendvertrekkendevertrokvertrokken

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen