NEDERLANDS
🇳🇱

    Vervolmaken

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • vervolmaken

      Werkwoord/vərvɔl'makən; vərvɔl'makə/

      infinitief

      vervolmaken

      tegenwoordige tijd

      vervolmaakvervolmaaktvervolmaken

      verleden tijd

      vervolmaaktevervolmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      vervolmakendvervolmakende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren