NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Vangen
    Werkwoordpakken of grijpen
  • 22Vang(de)
    Zelfstandig naamwoordeen vangst

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Vangen
    Werkwoordpakken of grijpen
  • 22Vang(de)
    Zelfstandig naamwoordeen vangst
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Ving
WoordenboekVing

Ving

  • vangen

    Werkwoord

    pakken of grijpen

    1. iets of iemand grijpen, oppakken of inperkenIk grijp de kans om mijn droom te volgen.
    2. een dier of een vis met een middel in bezit nemenHij ving een grote zalm in de rivier.
    3. de aandacht of belangstelling van iemand trekkenDe film trok de aandacht van het publiek vanaf het begin.
    4. de tijd of een kans benuttenEen kans om te reizen komt niet vaak voor.
  • devang

    Zelfstandig naamwoord

    een vangst

    1. dat wat gevangen is; de opbrengst van de vis- of jachtDe opbrengst van de visserij was deze keer indrukwekkend.
    2. situatie waarin iemand ongewenst of onterecht te pakken wordt genomenDe verdachte bevond zich in een lastige situatie.
    3. een vangnet of een apparaat om iets te vangenHet apparaat waarmee we vissen vangen is speciaal ontworpen.

Verwante woorden

gevangenvangvangevangenvangendvangendevangtvingen

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen