Vis-à-vis
uncommonZipf 2.0
bijwoord; voorzetsel; persoon
vis-à-vis
Bijwoord/viza'vi/~
vis-à-visvis-à-vis
Voorzetsel/viza'vi/~
vis-à-visde vis-à-vis
Zelfstandig naamwoord/viza'vi/persoon
enkelvoud
vis-à-vismeervoud
vis-à-visde/het vis-à-vis
Zelfstandig naamwoord/viza'vi/gesprek
enkelvoud
vis-à-vismeervoud
vis-à-visde vis-à-vis
Zelfstandig naamwoord/viza'vi/rijtuig
enkelvoud
vis-à-vismeervoud
vis-à-vis
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.